Geschiedenis De geschiedenis van de Chileense rodeo gaat terug tot meer dan 400 jaar geleden. Rodeo werd echter pas in 1962 door het Chileense Olympische Comité erkend als nationale sport. De historie begint ergens tussen de jaren 1557 en 1561, toen de eerste “huasos” (Chileense cowboys en paardrijders) het Andesgebergte introkken om de daar geboren kuddes jonge kalveren naar de stad te brengen om gebrandmerkt en in groepen onderverdeeld te worden. De allereerste Chileense rodeo’s werden gehouden in het Plaza de Armas van Santiago. Deze rodeo’s konden vroeger wel dagen duren en waren slopend vermoeiend voor de deelnemende huasos. Om opgewassen te zijn tegen de spanning en de vermoeidheid van de rodeo’s veranderden de huasos de rodeo in een spel, waarin punten waren te winnen voor de manier waarop de kalveren gescheiden werden van de kudde. Spelregels en punten Twee ruiters komen achter een jong kalf een ring van 20 tot 25 meter doorsnee binnen. Binnen deze ring ligt een kleinere arena van ongeveer 12 meter doorsnee waarin de ruiters hun “atajadas” proberen uit te voeren; “atajadas” betekent letterlijk “aanvallen”, maar in dit verband ligt de betekenis dichter bij “aanvalspogingen”.
Eduardo Macchino
Grafisch ontwerper van origine, paardrijdinstructeur van beroep, Huaso voor hobby en free lance gids voor Chile Off Track.
-
Op hun speciaal getrainde paarden proberen de huasos om het kalf met de borst van hun paard tegen de beklede wanden van de binnenring te drukken. Elke “collera” (elk paar ruiters) mag drie keer proberen om het kalf tegen de wand te drukken en daarmee zoveel mogelijk punten te halen. Rodeo’s duren twee dagen: zaterdag om uit te maken welke collera’s zich geplaatst hebben voor de eindstrijd en zondag is de finale. Het rodeoseizoen in Chili begint in september, de maand van de onafhankelijkheid van Chili, en eindigt in april met het nationale kampioenschap (la Final del Campeonado Nacional de Rodeo) in het Medialuna Monumental van Rancagua. Dit is met 20.000 zitplaatsen de grootste ruitersportplaats ter wereld.
Training
Een Chileens paard moet ongeveer vijf jaar trainen voor het zijn eerste rodeo rijdt. Het trainingsproces van het paard vergt het uiterste aan zorg en geduld, want zelfs de kleinste fouten kunnen het einde betekenen aan het sportleven van het paard. Bij een pas getemd paard moet je beginnen met het verzachten van de mond en het jonge paard moet leren om, terwijl het recht vooruit loopt, zijn hals naar links en rechts te bewegen. Daarna wordt het proces in draf herhaald. Het paard moet ook getraind worden om te wennen aan sporen. Sporen helpen het paard om “la postura” te bereiken (de gewenste zijwaardse stand voor rodeopaarden) , eerst in looptempo, dan in draf en daarna in galop.
Zodra de gewenste postura bereikt is begint het proces om het paard te laten wennen aan het opdrijven van een jonge stier. In dit stadium van het trainingsproces wordt altijd een getemd jong kalf (een “topero”) gebruikt, zodat het paard geen angst voor de grotere stieren krijgt. Vervolgens proberen de huasos het paard te wennen aan het zijdelings lopen om de jonge stier met de borst van het paard vast te zetten, eerst in looptempo en ten slotte in galop. Dit proces heet topeo.
De laatste fase van de training is het moeilijkst. Daarin moet het paard leren om een volwassen stier vast te zetten. Dat gebeurt wanneer een paard voor de eerste keer de rodeo-arena (medialuna) in moet. Eerst wordt een jong kalf losgelaten in de medialuna en het paard wordt aangezet om te gaan jagen en het kalf in de kleinere beklede binnen-arena vast te zetten. Door voortdurend en snel het jagen en de atajada te herhalen worden dit natuurlijke acties voor paard en ruiter. Door het constant herhalen en de inspanning heeft het paard lange rustperiodes nodig tussen de trainingsessies, anders kan het geblesseerd raken. Deze lange rustperiodes verlengen de sportcarrière van het paard en zorgen ervoor dat het lang gezond blijft.
Met veel dank aan Eduardo Macchino voor het schrijven van dit artikel.